Talent uit de Twentse textiel nu talent in de foodindustrie

Talent uit de Twentse textiel nu talent in de foodindustrie

Bij de broodjesfabriek Qizini in Losser word ik hartelijk verwelkomd door Jan de Paauw (54) die ik nog ken uit de tijd dat hij de basiscursus voedingsmiddelentechnologie bij AOC Oost in Almelo volgde. Jan is een van de 24 eerste deelnemers aan het project Talent4Food die begin 2010 een basiscursus van drie maanden volgden. Ik ben benieuwd hoe het hem nu vergaat bij zijn huidige werkgever en wat hij vindt van het werk in de foodbranche in het algemeen.
 
Na een grote reorganisatie bij zijn toenmalige werkgever Ames Europe, een bedrijf dat textielproducten voor de automobielindustrie levert, kwam Jan net na zijn vijftigste jaar op straat te staan. ‘Sollicitatie na sollicitatie volgde en afwijzing na afwijzing vanwege mijn leeftijd’, vertelt Jan in de kantine van Qizini onder het genot van een kopje koffie.  Hij vertelt verder: ‘Ik had een enorme drive om weer aan het werk te komen, maar dat was niet voldoende’. Het Werkplein startte net op dat moment een project om 50-plussers weer aan het werk te krijgen en mede dankzij de extra aandacht voor de doelgroep kwam ik in aanraking met het net startende project Talent4Food. Ik vroeg een gesprek aan met toenmalig projectleider Peter Davids en tijdens het gesprek was er tussen ons meteen een klik. Peter had in een ver verleden ook in de textielindustrie gewerkt en ik was maar liefst 32 jaar in de sector actief geweest in allerlei functies. Ik was heel blij dat Peter vanuit zijn jarenlange ervaring als HRM’er juist de kwaliteiten van oudere werknemers kende en dus mijn leeftijd niet als een struikelblok zag.
 
Ik was niet bekend met de foodindustrie, maar dacht: ‘Industrie is industrie en of je nu een textielproduct maakt of een broodje belegt, de processen zijn hetzelfde.’ Dat er zoveel hygiëneaspecten bij kwamen kijken had ik nooit verwacht. Het is handen wassen en nog eens handen wassen en omkleden bij de overgang van low naar high care en omgekeerd. Werknemers in de food moeten daar heel gedisciplineerd in zijn en het bedrijf controleert er erg streng op.’
Jan werd geselecteerd voor de startgroep en Peter maakte zich er sterk voor dat ook de oudere deelnemers bij een foodbedrijf werden geplaatst. Na de excursies naar de verschillende soorten foodbedrijven als Pingo, Bolletje, Zwanenberg, Enkco en Qizini sprak Jan z’n sterkte voorkeur voor Qizini uit, omdat dit bedrijf hem erg aansprak, maar ook omdat het dicht bij zijn woonplaats is gevestigd.
 
Meteen na de start bij Qizini kon Jan instromen in een tweejarige BBL-opleiding voedingsoperator die in-company bij het bedrijf werd gegeven en die op dat moment al een half jaar draaide. Dankzij de basistraining die hij al had gevolgd sloot dit naadloos aan. Zijn leidinggevende bij Qizini stelde een inwerkplan voor Jan op van vier weken. Hij was dan wel aangenomen voor de voorbereiding van het productieproces, het klaarmaken van de badges (ingrediënten per te fabriceren producthoeveelheid), maar het bedrijf vindt het belangrijk dat nieuwe medewerkers inzicht hebben in de productieprocessen en –lijnen.
Jan: ‘Wat me meteen opviel is dat pas een dag van tevoren bekend is wat er die dag geproduceerd moet worden. In de textiel was dat soms al een maand van tevoren bekend. Het brengt een andere dynamiek en soms hectiek met zich mee, die me wel bevalt. Het is heel fijn werken in een team dat samen verantwoordelijk is om aan het eind van de dag alles kwalitatief goed te hebben afgerond en er samen voor wil gaan. Daardoor vliegt de tijd ook voorbij. We vieren ook samen het behalen van resultaten, bijvoorbeeld bij het binnenhalen van een nieuwe klant is er gebak.‘
 
We staan bij de ramen van waaruit we mooi uitzicht hebben op een grote hal waar de productielijnen te zien zijn. Mensen zijn druk in de weer met het beleggen van de verschillende broodjes. Jan wijst aan waar wat gebeurt en wat zijn werk inhoudt. Hij verzamelt alle ingrediënten die op een kaart staan in de ‘buffer’ en zet die klaar op een kar. Daarbij is logistiek inzicht belangrijk, maar ook zaken als heel secuur afwegen, letten op houdbaarheidsdata en hygiëne. Ook houdt hij de voorraden in de buffer op peil door tijdig te bestellen.
‘Het mooiste is nog dat je uiteindelijk je eigen product in de winkel ziet liggen. Als ik in een benzinestation onze eigen broodjes, onze eigen sandwiches en wraps zie liggen, dan ben ik daar echt trots op.’, vertelt Jan enthousiast.
 
Zou je jonge mensen willen aanraden voor een baan in de foodindustrie te kiezen?’ vraag ik hem aan het eind van ons gesprek. ‘Niet alleen jonge mensen, ook mensen die wat ouder zijn zoals ik. Zowel de opleiding als het werk is uitdagend en gevarieerd. De agrofoodsector is een bloeiende sector want Nederland is wereldwijd een grote speler. Er liggen veel kansen voor mensen die van aanpakken houden. Je moet geen negen-tot-vijfmentaliteit hebben. Als het werk niet af is, moet je niet te beroerd zijn een uurtje door te werken. Tot slot geeft Jan huidig projectleider Arjan Molendijk nog een pluim. ‘Hij heeft echt zijn best voor me gedaan en daarvoor ben ik hem enorm dankbaar.’
  
 
Dini Kortman